Verkeer op Curaçao

V

Verkeersregels op Curaçao

De verkeersregels in Curaçao verschillen van wat men in Nederland bij het verkeer gewend zal zijn. Op Curaçao worden voornamelijk de Nederlandse verkeersborden gebruikt en ook staan de Nederlandse verkeerstekens op het wegdek.

 

 Doordat de verkeers regels anders zijn (meer het Amerikaanse systeem) komt het soms wel eens vreemd over. De belangrijkste voorrangs regel is dan ook dat op de T-kruising het doorgaande verkeer altijd (tenzij anders aangegeven door voorrangsborden) voorrang heeft, hierbij heeft men dan ook vanuit een zijweg komend van links en rechts geen voorrang. Op gelijkwaardige kruisingen, waar het niet geregeld is met voorrangsborden, heeft rechts wel degelijk voorrang.

 

 Wel wordt er over het algemeen ruimte geboden wanneer dit vriendelijk gevraagd wordt (bij oogcontact en de daarbij gepaste gebaren) wanneer men de weg op wil in een drukke situatie en is het dan wel zo netjes om even te bedanken (toetertje, lichten knipperen of zwaaien) wordt zeer op prijs gesteld.

 

 Rond de spitsuren, kunnen redelijk wat files voorkomen. Voornamelijk de Caracasbaaiweg, die de verbinding is tussen Jan Thiel en Punda, kan nogal druk zijn.Op Ringweg (Schottegatweg), rond Willemstad, is ook veel verkeer en de daarbij behorende verkeerslichten.

 Net als in Amerika, wordt hier ook aan "Stay in your lane" principe gehouden. Het is, wanneer er meerdere rijstroken beschikbaar zijn, dan ook vaak handiger de tweede rijstrook aan te houden, dan kan het verkeer op de rechtse rijstrook in- en uitvoegen en ja ... u ook rechts voorbijgaan.

 

 Het systeem behoeft enige gewenning maar u zal ervaren dat het rijden op Curaçao best goed te doen is. Belangrijk is wel, afstand houden ! want er kan nog wel eens abrupt afgeremd worden om dan b.v. in de "berm" te stoppen of als reactie op overstekende dieren.

 

 Het dragen van de autogordel is ook op Curacao verplicht.
Om het aantal verkeers slachtoffers terug te brengen, heeft de Politie aangegeven strenger te gaan controleren, op het dragen van de autogordel.

Bestuurders van motorvoertuigen en de naast hen gezeten passagiers, moeten gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel.
Naast de bestuurder gezeten passagiers jonger dan 12 jaar die korter zijn dan 1.50mtr, moeten gebruik maken van een voor hen geschikt kinderbeveiligingsmiddel.
Andere passagiers moeten eveneens gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel.
Indien deze passagiers jonger zijn dan 12 jaar en korter dan 1.50mtr, moeten zij gebruik maken van een voor hen geschikt kinderbeveiligingsmiddel, indien dit aanwezig is.
Indien een dergelijk kinderbeveiligingsmiddel niet aanwezig is, moeten passagiers van 3 tot 12 jaar die korter zijn dan 1.50mtr, gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel.

(Het volledige artikel Wegenverkeersverordening Paragraaf 30 Artikel 78)